De bouw van twee extra afvalovens bij Essent Milieu in Wijster staat sinds woensdag onder druk. Milieugedeputeerde Tanja Klip-Martin (VVD) heeft duidelijk gemaakt dat het college van GS van plan is de aangevraagde vergunning voor de uitbreiding van de vuilverbrander te weigeren. Essent schiet volgens Klip tekort op het beperken luchtvervuiling en gebruik van vrijkomende warmte. Het ontwerp-besluit over de vergunning zal kort na de zomer formeel genomen worden. Volgens de (Europese) milieuwetgeving kan de vergunning niet worden afgegeven, omdat het energierendement te laag is. Dat komt doordat de vrijkomende warmte onvoldoende kan worden benut. Klip: ‘Een uitbreiding in Wijster kan daarom niet voldoen aan de hoge eisen die de provincie, het Rijk en Europa stellen op milieugebied. Op die locatie kunnen niet de Beste Beschikbare Technieken (BBT) worden toegepast. Zoveel energieverspilling moeten we niet mogelijk willen maken.’ De vergunningaanvraag van Essent is getoetst aan wet- en regelgeving. Gebleken is dat door de afwezigheid van koelwater en de afwezigheid van afzetmogelijkheden voor de vrijkomende warmte veel energie verloren gaat. GS vinden daarom dat Essent daardoor in Wijster niet de BBT voor afvalverbranding kan toepassen. De Wet milieubeheer stelt dat in zo’n geval geen vergunning verleend mag worden. Voorlichter Leon Dirix van Essent heeft hier moeite mee: ‘We proberen op allerlei manieren om warmte af te zetten. Maar waar de provincie aan voorbij gaat is dat we dat nu in de vorm van electriciteit doen.’
Dioxine
Naast de best beschikbare technieken die voor een milieuvergunning noodzakelijk zijn, vindt het college ook dat Essent meer kan doen om de uitstoot van dioxine en kwik te verminderen. Volgens de provincie vraagt Essent 329 milligram dioxine-uitstoot op jaarbasis aan. Ook dat klopt niet volgens Dirix, volgens hem gaat om een derde van deze hoeveelheid. Kortom, Essent is niet tevreden met de afwijzing. Dirix: ‘Zeker niet op basis van deze argumenten. We gaan dan ook naar de Raad van State. Wanneer we dat doen is niet zeker. Formeel wijst de provincie onze aanvraag waarschijnlijk ergens in september af. Pas dan kunnen we naar de Raad van State. Een en andere betekent dus een aanzienlijke vertraging.’